‘Alles van waarde is weerloos’

Bespiegelingen bij het coronadebat

Abstract

Soms heb je meer aan de muzen dan aan medici. ‘Alles van waarde is weerloos’ is zonder twijfel de bekendste dichtregel van Lucebert. Eindeloos herhaald en misbruikt voor allerlei commerciële doeleinden behelst hij niettemin een inzicht dat fris blijft en mensen aanspreekt. In deze vreemde tijden bieden genoemde woorden een aanknopingspunt om na te denken over de waardevolle dingen die op het spel staan bij de bestrijding van de coronapandemie. Het coronadebat is verhard en leidt als snel tot polarisatie. In deze beschouwing peil ik daarom eerder behoedzaam naar de weerloosheid van waarde, in een poging de discussie te verhelderen en wellicht te ontmijnen.

De regel ‘alles van waarde is weerloos’ komt uit een tamelijk hermetisch gedicht dat Lucebert schreef in 1954, De zeer oude zingt. Het luidt als volgt:

De zeer oude zingt:

er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings

alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd
als het hart van de tijd 

Lees het gerust nog eens, want het is behoorlijk obscuur. Zoals de Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven puntig opmerkt: ‘Wanneer een filosoof een tekst geschreven had die maar half zo duister was als dit gedicht, zouden waarschijnlijk niet alleen dichters, maar ook filosofen na een vluchtige poging om er wijs uit te worden het stuk als onzin hebben afgeschreven.’ Toch vindt Verhoeven dat het de moeite loont om tijd te investeren in dit gedicht. We zullen nog zien dat die houding relevant is voor alles wat met waarde te maken heeft.

Volgens Verhoeven is de ‘zeer oude’ die zingt de Griekse wijsgeer Parmenides. Die identificatie is zo gek nog niet. Parmenides was een van de denkers vóór Socrates (de presocratici) die het fundament legden van de Griekse filosofie. Parmenides’ gezongen hexameters liggen aan de oorsprong van het denken over wat is en daarmee ook over wat van waarde is. Bovendien klinken er duidelijke echo’s van zijn fragmenten door in het vers van Lucebert. De eerste twee regels, ‘er is niet meer bij weinig / noch is er minder’ doen denken aan Parmenides’ woorden over het zijnde: ‘Het is niet aan de ene meer, noch is het aan een andere kant minder. Het is helemaal vol van zijnde.’ Die laatste bepaling vat de hoofdlijn van Parmenides’ filosofie mooi samen. Met enige poëtische vrijheid zou je kunnen zeggen dat Parmenides eerst en vooral is getroffen door het overweldigende karakter van de werkelijkheid: het feit dat zij überhaupt bestaat. Dat er iets is, en niet niets. Door dat inzicht was Parmenides’ denken zo bepaald dat hij niet geloofde in verandering.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.