Liturgie vormt het hart

Met Newman de moderniteit voorbij?

Abstract

Midas, koning van Phrygië, was een rijk man. Alles wat hij aanraakte, veranderde in goud. Maar het leven van deze mythologische koning kwijnde, want ook zijn nakomeling en het eten en drinken dat hij beroerde, verloren hun oorspronkelijke kwaliteit. Met al zijn rijkdom was Midas dus ook gewoon arm. Wij in de moderniteit lijken het lot van Midas te delen. Om het met woorden van Rob Hartmans in De Groene Amsterdammer te zeggen: ‘De moderne mens heeft zich op een vrij dramatische wijze in de hoek geverfd. Zonder het schilderwerk van de moderniteit aan te tasten, komen we daar niet uit.’ Kan de liturgie van de Kerk ons uit die benarde positie redden?

Het benarde van de moderniteit zit in een existentieel tekort, zoals in Wapenveld en op andere plaatsen is vastgesteld. Door te vertrekken vanuit het denkende individu heeft de moderniteit bijgedragen aan het isolement van dat individu. Als ik alleen van mijzelf zeker ben, moet ik mij van anderen en van de wereld overtuigen; ik moet afstemmen. Als dat niet lukt, leidt dat tot stemmingsstoornissen. De moderniteit is van een depressogeen karakter. Ook past het bij de kritische insteek van de moderniteit geen boodschap te hebben aan tradities – alweer geldt: alleen van jezelf ben je zeker. Zo leven we onder the heretical imperative: een echt geloof is door jouzelf bij elkaar gezocht. Gevoegd bij de grote druk die op ons rust om een eigen verhaal te hebben, een identiteit, betekent dat dat we geworden zijn tot de verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd. Gemakkelijk breken we met wat aan ons voorafging.

Het benarde van de moderniteit reikt nog dieper. De abstraherende en verzakelijkende blik waarmee we naar de wereld kijken, ontmaskert onszelf. Ik ben niet meer dan mijn brein, mijn ‘zelf’ is een fictie en ook een ziel wordt me ontzegd. En dan is nog de bodem van de beker niet bereikt. Er is namelijk helemaal geen bodem, en ook geen hemel. Al voordat mijn zelf werd ontmaskerd, is God ontmaskerd als fictie. De diepste grond van het bestaan is er helemaal niet. Althans, we slagen er niet in om transcendentie een plaats te geven in ons waarheidsbegrip. De kosmos en het leven daarin hebben geen betekenis.

Bij alle wetenschappelijke rijkdom laat de moderniteit ons dus achter met lege handen en een gebroken bewustzijn. Niet alleen hebben de goden zich teruggetrokken, ook de wijzen zijn er niet meer. Wat ons nog rest zijn hun geschriften in hun ‘ruwe schittering en hun toenemende duisterheid’.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.