Kunst zonder dogma

Over gereformeerden en de kunst

Abstract

Onlangs verscheen een boek getiteld Kunst D.V. Het gaat over de verhouding tussen de gereformeerden en de kunst. Het boek vertelt een geschiedenis, die ten dele ook de mijne is. Mijn grootvader was Dirk Vollenhoven, samen met Herman Dooyeweerd de grondlegger van de wijsbegeerte der wetsidee. Als hoogleraar filosofie was hij bij zijn studenten geliefd, maar ook gevreesd om zijn onverbiddelijke rechtlijnigheid op het tentamen.

Zijn aanwezigheid bij de Kerstfeesten in ons vroegere huisgezin is onvergetelijk. Daar zat hij dan, die lieve grootvader, bij de kerstboom, met zijn kinderlijke vroomheid, maar ook tamelijk onbereikbaar voor ons, zijn kleinkinderen. Een icoon uit een andere wereld, aan wie het swingende Amsterdam van de jaren ’60 van de vorige eeuw volslagen voorbij leek te gaan.

Ik voelde me, met mijn gereformeerde komaf en levenslang pendelend tussen de werelden van kunst en geloof, aangesproken door dit boek. Het daagde me uit om mijn leeservaring op te schrijven, voor mijzelf en voor anderen.

Het verhaal over gereformeerden en de kunst begint al bij de grootste Hollandse schilders Rembrandt en Van Gogh. Hun werk is ondenkbaar zonder de van calvinisme doordrenkte cultuur waarin zij leefden. Zo lees je in de historische openingshoofdstukken van Kunst D.V. dat de grote voormannen Calvijn, Kuyper en Dooyeweerd vanuit hun bijbelse oriëntatie verregaand open stonden voor cultuur en kunst. Dooyeweerd gaf kunst in zijn filosofie zelfs een heel eigen plaats en functie. Hij stelde in zijn denken de schepping centraal als een gaaf zinsgeheel, gestructureerd in levenssferen, ‘wetskringen’ genoemd. Eén ervan was de esthetische wetskring: het speciale domein voor het scheppen en genieten van kunst. Door deze kring kon de in de werkelijkheid gelegde structuur van schoonheid en harmonie worden ontdekt en verbeeld. Ziedaar de taak van de christelijke kunstenaar.

Je zou Hans Rookmaker, in de jaren ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw VU-hoogleraar kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing, de vierde in het rijtje ‘vaderen’ kunnen noemen. Hem wordt in Kunst D.V. een sleutelrol toebedeeld. Als bewonderaar van Dooyeweerd werkte hij diens kunstfilosofie uit, vooral door zijn gezaghebbende boek Modern art and the death of a culture (1970). Dit bezorgde hem grote invloed in de gereformeerde wereld. Met treffende passages vooral uit dit werk, geselecteerd door de redactrice, Rookmakers dochter Marleen Hengelaar-Rookmaker, levert Rookmaker sr. zelf postuum een bijdrage aan Kunst D.V.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.