Meer dan woorden en ideeën

Reactie op Geloven in lesgeven

Abstract

Graag wil ik Robert van Putten bedanken voor de aandacht die hij aan mijn boek Geloven in lesgeven gaf in dit tijdschrift. In mijn reactie wil ik vooral ingaan op de laatste kritische zinnen van het artikel. Van Putten begint met een treffend verhaal uit zijn eigen klas, waarin studenten een spanning opmerkten tussen de ideeën die in de colleges werden verkondigd en de manier waarop beoordeeld werd. Terwijl de colleges een kritische analyse voorstonden, nodigde de beoordeling slechts uit tot het herhalen van informatie.

Ik moet hierbij zelf denken aan een studente die me eens vertelde dat ze een hele module over constructivistische pedagogiek had gevolgd in een universitair onderwijsprogramma. De boodschap van het constructivisme is dat studenten zoveel mogelijk zelf hun kennis opbouwen en dat de docent zich vooral opstelt als coach. Ze pauzeerde even voor het effect voordat ze met een wrange glimlach zei: ‘Het was een hoorcollege.’ Dit is een goed voorbeeld van het fenomeen dat Geloven in lesgeven als uitgangspunt neemt. Het is gemakkelijk voor docenten (misschien vooral in het middelbaar en hoger onderwijs) om terug te vallen op de veronderstelling dat onderwijs in essentie gaat over de inhoud en juistheid van wat ze tegen studenten zeggen en tevreden te zijn als studenten kunnen herhalen wat er gezegd wordt.

Hierbij wordt (onder andere) vergeten dat betekenis niet alleen door woorden wordt gedragen, maar ook door praktijken, rituelen, inrichting van de omgeving, gebaren, en dergelijke, zodat er een kloof kan ontstaan tussen de verbale en non-verbale boodschappen. De kloof tussen zeggen en doen is van invloed op hoe wij denken over onderwijs als ‘christelijk’. Christelijk geloof is meer dan woorden en ideeën. Onze praktijken (met inbegrip van onze pedagogische praktijken) kunnen uitdrukking geven aan wat wij belijden te geloven of dit juist ondermijnen. Zoals een andere studente mij uitlegde nadat haar hoogleraar het semester was begonnen met een inspirerende toespraak over hoe de klas een christelijke gemeenschap was en dat het belangrijk was dat iedereen aanwezig was en met zijn of haar gaven iets aan de gemeenschap bijdroeg: ‘Ik had een paar weken nodig om erachter te komen dat het niet klopte wat hij zei. De manier waarop de klas werd onderwezen suggereerde dat het in feite geen verschil maakte of ik er was of niet.’

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.