‘Het wezenlijke kan alleen met het hart gezien worden’

Jan Veenhof over anderhalve eeuw gereformeerde theologie

Abstract

Cornelis Veenhof (1902 – 1983), de vader van Jan, werd geboren in een Afgescheiden gezin in Doorn. Daar waar, naar een woord van Gerrit Achterberg, ‘godsdienst zwaar tegen de hanenbalken hangt’. Veenhof senior kon erover meepraten, hij tobde lang met de vraag naar de geloofszekerheid. Maar mede onder invloed van de in gereformeerde kringen befaamde hoofdonderwijzer A. Janse uit Biggekerke zou hij afscheid nemen van een te ver doorgevoerd ‘subjectivisme’. Janse wist daar als Zeeuw uit ondervinding ook genoeg van. In gesprek met Jan Veenhof, over wat er speelde in de bewogen geschiedeis van de Gereformeerde Kerken in Nederland en zijn duiding ervan.

Opgegroeid in de Gereformeerde Kerken maakt zijn vader – die eerst onderwijzer werd en daarna predikant – de Vrijmaking mee. Na enig aarzelen kiest hij de kant van Klaas Schilder en bouwt met hem de Vrijgemaakte Kerken.  Hij wordt hoogleraar praktische theologie in Kampen, aan de Broederweg.  Als echter in de jaren vijftig en zestig ook in de Vrijgemaakte Kerken spanningen optreden en hij niet de weg van de hardliners kiest, geraakt Veenhof voor de tweede keer in zijn leven buiten de kerk. Als ‘buitenverbander’ gaat hij verder in de Nederlands Gereformeerde kerken.

Zijn zoon Jan – geboren in 1934 – volgt hem niet in deze keuze. In de spannende tweede helft van de jaren zestig is hij als docent verbonden aan een bijbelschool in Zwitserland. Hij promoveert op een vuistdik proefschrift over de Openbarings- en Schriftbeschouwing van Herman Bavinck in vergelijking met die der ethische theologie, verwerft daarmee het predicaat magna cum laude en wordt in 1973 hoogleraar dogmatiek aan, jawel, de Vrije Universiteit in Amsterdam. Als opvolger van prof. Gerrit Berkouwer, die preses was van de synode die in 1944 zijn vader buiten de Gereformeerde Kerken deed belanden. Jan Veenhof is de vijfde hoogleraar dogmatiek aan de VU (na Kuyper, Bavinck, Hepp en dus Berkouwer) en keert dan ook terug als lidmaat van de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Niet alleen voor zijn dissertatie verdiepte Jan Veenhof zich in zijn wortels, hij deed dat naderhand ook in de opstellen waarin hij de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken boekstaaft. Vooral rond de herdenkingsjaren in de jaren tachtig en negentig liet hij een en ander het licht zien. Zo publiceerde hij een opstel over de geschiedenis van de faculteit theologie aan de VU in het jubileumboek Wetenschap en Rekenschap uit 1980. In 1992 verscheen een grondig essay in een bundel over aspecten van een eeuw theologie in de Gereformeerde Kerken in Nederland. En in Vrij Gereformeerd (2005) brachten zijn leerlingen – o.a. Kees van der Kooi en Martien Brinkman – artikelen van hem bijeen waarin hij inzoomt op diverse brandpunten uit de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in de twintigste eeuw.

Dit artikel komt een jaar na publicatie beschikbaar. Neem een abonnement als je het hele artikel nu al wil lezen.